ROMMELBLOG

Soms een recept dat ik leuk vind, dan weer een belevenis, of gewoon een genieting. Dat is ongeveer waar dit daadloze blog over gaat. Noem het de krenten in de levenspap, msschien soms een zure druif, geschreven voor de lol van mezelf en misschien ook voor anderen.

Nog steeds geen idee hoe dit werkt, ik doe maar wat. Zo zag ik bij de preview ineens ‘Zalmquiche’ tussen deze tekst staan. Pff, ok: publish!

 

Advertenties

Recept uit 2011.

Zoals beloofd, omdat ie zo lekker was! maar het gaf nogal wat problemen om het gecopieerd te krijgen vanaf mijn iPad-schrijfprogrammaatje.

5 plakjes bladerdeeg of een rol brisee 

2 el olijfolie

1 ui gesnipperd

1 pak erwten (450 g, diepvries) of een zelfgekozen groentenmix

200 gr of meer zalmfilet, mag ook fumé zijn

4 eieren

250 ml Griekse yoghurt of creme frache

100 g gemalen jonge kaas 

bieslook,  fijngesneden, of gedroogd

BEREIDEN

Verwarm de oven voor op 190°C. Bekleed de vorm met het deeg. Verhit de olie in een koekenpan en fruit de ui kort aan. Voeg de bevroren tuinerwten toe en bak 3 min mee. 

Hier gebruikte ik een vreemde, maar overheerrlijke mix van:

1 flinke paarse wortel, 1 witte wortel, 2 selderij branches, in dunne plakjes gesneden, en 10 snijbonen in 1,5 cm stukjes. 5 minuutjes bij de ui meebakken.

Verdeel over het ingeprikte deeg in de vorm en leg de zalm erop. 

Ik maakte propjes van gerookte zalm en prutte die er een beetje tussen. 

Klop de eieren los met de yoghurt of creme fraiche. Meng de kaas, bieslook en peper en zout erdoor, schenk en verdeel het over de vulling.

Ik sneed een tomaat in vliesdunne plakjes en verdeelde die over de vorm, daarna nog een beetje kaas erover gestrooid voor een mooi uiterlijk.

Bak de quiche in 40 – 45 min goudbruin en gaar.


Het Fenomeen.

 

Dammetje

Dit is ons natuurterrasje aan de rivier. De hele zomer door zijn er kinderen en vooral mannen bezig geweest de stroom van de rivier te verleggen. De één omdat hij een doorspoelbadje voor zijn kinderen wilde maken, de ander om een waterval te creëren en weer anderen om een soort wildwaterbaan te maken, met als doel in de nieuwe geul very speedy met je luchtbed de rivier af te kunnen zakken. En dat allemaal met de aanwezige keien natuurlijk.
Iedereen dacht dat hij voorgoed de loop van de rivier had veranderd of die toch minstens had beïnvloed. Niets blijkt minder waar, weet ik inmiddels.

Het keienstrandje was nog maar in het beginstadium toen we boer Mamet in het vroege voorjaar van 2002 aan de overkant bezig zagen met zijn shovel om de wal op te hogen. Mamet hadden we leren kennen bij het ploegen, eggen en inzaaien van ons terrein, hij was ‘geregeld’ door onze Marie. Voor het ophogen groef hij een diepe put midden in de rivier en de anders zo strakke, natuurlijke loop van het water werd door gaten en hopen keien lelijk verstoord. Sip keken we toe en dachten: wat zonde! Zelf hadden we het terras heel zorgvuldig en moeizaam aangelegd door de keien overal verspreid vandaan te halen. Hij ging als een gek tekeer in die rivier en trok en passant ook nog maar even wat jonge bomen en struiken aan de kant omver. Het aanbod om meteen ook maar even een zwembad voor ons in de rivier aan te leggen wezen we vriendelijk, maar vol ergernis, van de hand. De hele zomer lag die rivier erbij als een niet afgemaakt bouwsel.
Maar na ettelijke hoogwaters in de daarop volgende winter en voorjaar, was er van al dat boeren-vandalisme niets meer te bekennen. De keien gaan aan de wandel, rollen zich schoon en nemen, ontdaan van aanslag en wier, hun originele kleur weer aan. Als de modderstroom zich na een hoge waterstand naar zee heeft verplaatst, ligt de l’Hers erbij als een glinsterend lint van helder water uit natuurlijke bronnen. Eén van deze bronnen is Fontaine de Fontestorbe, een fenomeen even buiten Belesta.

De bron bevindt zich zo’n 20 km stroomopwaarts in een grote grot en vertoont een merkwaardige verschijnsel. In de periode van mei tot oktober stijgt en daalt de toevoer van het bronwater elke 60 à 90 minuten. Dat verschil in niveau is ook bij ons in de rivier te zien, als je goed oplet zie je dat het lange gras aan de oever wisselend opstaat en drijft.
Vijf jaar geleden was er alleen nog de immense grot in de bergwand, waar je via een rijtje stapstenen bij laag water een kijkje binnenin kon nemen. Geen parkeerplaats, geen hek, geen snackbarbar nog aan de overkant, gewoon een niet-bestrate plek zonder bankjes en poespas. Veel autochtonen uit de omgeving kwamen daar hun flessen met bronwater vullen, wij hebben dat toen ook een tijdje gedaan, gewoon voor de lol.
Begin augustus bezochten we deze plek dit jaar weer voor het eerst. Met schrik bezagen we alle veranderingen. Bij het promoten van het toerisme in deze streek moet alles ineens anders, veiliger, gaver, maar beslist niet mooier in mijn ogen! Ook Fontestorbe moest er dus aan geloven. Echt een toeristische trekpleister is het nu, met een barretje en terrasje aan de overkant, een keurig aangelegde parkeerplaats en folders waarin wordt uitgelegd hóe en waarom La Phenomène volgens bepaalde onderzoekers zo werkt. Geen der theorieën kan echter worden bewezen zonder de hele boel open en uit te breken, en gelukkig gaat dat de heren onderzoekers ook te ver.

Dit neemt niet weg dat de grot nog immer indrukwekkend is. Alhoewel, bij aankomst viel er van het fenomeen weinig te zien. In het bassin van de grot stond nauwelijks water, alle keien lagen droog en de stapstenen hadden we niet nodig omdat er nauwelijks water tussendoor sijpelde. In de uitloop met hoge wanden waren de keien en rotsen bedekt met nat wier, maar van een waterstroom was geen sprake.
Mijn dochter en haar vriend waren duidelijk teleurgesteld, had ik daar nou zo hoog van opgegeven? Maar ik zei: “Wacht maar, beetje geduld…” Intussen bekeken we de grot van binnen en van buiten en liepen wat rond in de directe omgeving. De eerste tekenen van de stijging zag ik al na een paar minuten, maar dat werd niet geloofd. Na nogeens 5 minuten vulden de gaten tussen de rotsen zich duidelijk en toen ging het razend snel. In totaal een kwartiertje na aankomst stortte het water zich witschuimend, kolkend en hoog opspattend naar beneden. Het was op weg naar ons huis aan dezelfde rivier. Als zo vaak kwam het in me op om er een rood balletje in te werpen en dan zo snel mogelijk die 25 km naar huis te rijden om te proberen het op te vangen… wie/wat zou er eerder zijn?




Hout.

 

Voorraadje hout

We waren er lekker vroeg bij toen we half augustus de schoorsteenveger en de houtleverancier bestelden, want laisser-aller viert hier in het diepe zuiden namelijk hoogtij. Op aanraden van vriendin Pascale hebben we de oude maar ‘dure’ schoorsteenveger en de niet-te-betalen loodgieter gepasseerd door een alles-in-een mannetje te bellen. Pascale had verteld dat hij hier pas een paar jaar geleden was begonnen, hard werkte en (nog) niet duur was. Kassa! Zijn naam Stepen klonk noordelijk en snel, maar ook hij kwam pas zes weken later om de zaak eens op te nemen, nadat we hem eraan herinnerd hadden.
In de schoorsteen die door de loggia loopt moest een buis komen, want de afgelopen harde winter hebben we de boel kapot gestookt met onze ‘brûl’ tout’ voor het eerst op hout. (’t Was wel lekker warm!) Daarnaast waren er drie schoorstenen te vegen en de allesbrander moest van binnen worden ontdaan van een enorme laag teer. Moet zeggen, die man werkte als een bezetene, en goed! Ongekend tempo hier, volgende keer maar eens vragen of hij echt uit het Noorden komt. Alles bij elkaar had hij 5 uur gewerkt, (waarin 50 keer heen en weer naar zijn auto) en waren wij ruim 800 Euro lichter. Hm, goedkoper? Eigenlijk geen idee, maar ik vond het wel een klap geld!
Maar ja, we wilden nu eenmaal beslist weer op hout gaan stoken dus moet alles in orde zijn. Vorig winterseizoen is ons dat goed bevallen. Wel veel werk natuurlijk omdat je die kachel beneden – terwijl je boven woont – elke 5 uur moet vullen en vooraf sommige stukken passend moet hakken of zagen. Maar daar hebben we voor gekozen, we zijn nog te jong om niks te doen :-). Als we hem rond middernacht volgooien en temperen, brandt hij rustig tot een uur of 8 door. De eerste die wakker wordt moet dan snel hout voeren en de trek open zetten, want als hij uit is heb je behalve de kou nog veel meer werk. Dit hebben we natuurlijk alleen door schade en schande uitgevonden, ging echt niet meteen zo.
Hout stookt vinden we veel comfortabeler door een constantere temperatuur, ook ’s nachts, omdat we die oliestook vaak uitzetten als het niet zo koud is. Daarbij komt dat de olieprijzen ook hier schrikbarend zijn gestegen, dus ligt hout stoken voor de hand.
Toch hebben we ook het 2000 liter olievat voor het stookgemak maar weer laten vullen en achteraf was dat helemaal geen gek idee. Vorig jaar betaalden we voor huisbrandolie nog 45 centimes per liter en nu, begin september 66 centimes. Waren we nog mooi uit, want kort na de orkanen in de USA vloog de prijs omhoog en hoorden we op het terras van Café De La Paix van Helen (La Borde Blanque) dat ze 90 centimes had betaald! 

Maar goed, het hout. Ook een nieuwe houtman, een neef van onze oude Hubèrt, omdat we Hubèrt de afgelopen jaren van z’n hele voorraad hebben afgeholpen. Nu moeten er eerst weer bomen worden omgezaagd en die moeten eerst weer minstens een jaar liggen drogen, voordat het als stookhout kan worden gebruikt.
Vier pile (= 16 kuub) hadden we bij de neef besteld en ook hij kwam dit pas vorige week – na ettelijke telefoontjes – bezorgen. Bezorgen? In de zijtuin neerpleuren! Vier vrachtwagens vol halve-meter stammen! De bergen waren zo allejeuzus hoog dat ik er bijna in bleef. Bij de helft dacht ik al dat het 4 pile was en toen kwamen er nóg twee bakken vol bij! Ik verwachtte dat we het allemaal niet kwijt zouden kunnen tegen de 16,5 meter lange muur aan de achterkant van het huis. Dus begon ik maar alvast een mooie stapel te maken tegen de zijmuur, twee meter van de berg hout af, lekker dichtbij. Zo kon Henk mooi met de kruiwagen op en neer rijden en van de andere kant van de houtberg plukken. Na 3,5 uur zwoegen in de onverwachte oktoberhitte stond mijn houtwand, zorgvuldig en stevig gestapeld met uitgezochte, goedpassende stukken. Ik had zo hoog gestapeld als mogelijk was met mijn lengte en de zijkanten verstevigd met om-en-om dwarsliggers, beter kón niet naar mijn idee. Henk was ook flink opgeschoten, maar van een bres in de houtstapel was nauwelijks sprake.
’s Avonds rond 9 uur, we zaten moe en duf TV te kijken, hoorden we plotseling een harde dreun. We vlogen overeind, ik gooide de deuren open en keek over het balkon naar alle kanten of ik iets zag, terwijl Henk naar beneden liep en een inspectie in en om het huis uitvoerde. Niks. Ook de hond had niet geblaft, raar, vreemd, maar zal wel iets in de bergen zijn geweest.
De volgende ochtend riep Henk me van buiten: “Kom eens kijken… dan weet je wat die klap gisteravond was.” Razendsnel slofte ik op mijn klompen de hoek om, waar Henk met z’n vinger naar de muur stond te wijzen. Tot dan toe had ik nog steeds geen idee… En daar lag mijn mooie houtwandje, nog keurig opgestapeld maar dan plat op de grond en nog net niet in de ruwe berg hout! Pppfff, al mijn werk voor niets! Onbegrijpelijk, ik was nog wel zo secuur geweest met passen en meten van de houtblokken! Nog 2 dagen zijn we samen úren bezig geweest om de zijtuin op te schonen, heb er brede schouders en spierballen aan overgehouden.
Maar wat miste ik Hubèrt en de jarenlange bedrijvige gezelligheid van het met z’n allen hout stapelen! Dagen van tevoren zagen we hem met z’n tractor en aanhanger voorbij het huis rijden met stápels hout uit het bos van de berg tegenover ons. Dan wisten we dat we paraat moesten zijn, want hij belde pas een uurtje voordat hij kwam afleveren.
Eerst stortte hij de meterstammen op het terrein van Marie naast ons, waar hij het dan door de helft zaagde. Gratuit! Als hij later met z’n lege tractor-met-bakkie kwam aanrijden liepen Henk en ik naar het veld, waar we hielpen het hout in het bakkie te laden. Dan reed Hubèrt achterom langs de dijk naar ons veld, waarbij ik zwaaiend van ‘kom maar’ voor hem uit liep, om te kijken of hij geen bomen en struiken raakte met z’n tractor. En dan begon het teamwork van stapelen tegen de muur en proberen elkaar niet in de weg te lopen. Nadia, zijn goedlachse, potige vrouw-met-snor (mijn leeftijd) en dochter van ‘onze Marie’, was er altijd bij. De wintervoorraad hout werd altijd verdeeld over een paar maanden aangeleverd, bien à l’aise, want dan werd niemand te moe en bleef er tijd over voor een glaasje en (roddel)praatje achteraf.
Vaak stond ik in het bakkie om de laatste stukken aan te reiken. Dat was hét moment voor Nadia om diep adem te halen en met haar handen in haar zij in retesnel-rap-ratelend Occitan-dialect moppen te tappen. Waarbij ze zelf natuurlijk het hardst lachte. Heel vermakelijk, je gaat vanzelf meelachen, ook al begrijp je er geen hout van. Ik hoop echt dat we de volgende zending hout weer van Hubèrt kunnen betrekken! Als de bomen tenminste droog zijn.

P.S. Overigens betaalden we 210 Euro aan neef voor een pile hout, terwijl Hubèrt ons 1200 Frs rekende, wat neerkomt op 183 Euro. Vraag me af wat normaal is.
Wat betalen andere Hollanders in Frankrijk?
En hoe ligt de prijs per kuub brandhout (harde soorten, geen pin) eigenlijk in NL? Vlak voor we vertrokken was dat nog Fl. 95,-, dus zo’n beetje gelijk aan de prijs die we Hubèrt al die jaren al betalen. Mail maar ff, gewoon leuk om te weten..
.



Le potager – le 17 Mai 2005

Wat een temptatie was die moestuin dit jaar! Werkelijk àlles zat tegen, maar wàt precies is moeilijk uit te leggen, behalve die onberekenbare Morgan dan.
Maar nu staat mijn trots dan eindelijk – voor driekwart volgeplant – al bijna 24 uur te druipen in de eerste echte, hevige regenval van dit jaar. De rivier stijgt al flink, gelukkig ligt hij er minstens 100 meter vanaf, want dit doet me sterk denken aan de moestuin van ene André, die in 2002 in de Hers verdween, op dezelfde datum ook nog!

Eind maart moest er zonodig worden geploegd, want dan kon de grond nog een beetje luchten voordat ik half april de eerste planten in de grond zou gaan stoppen. Dat is tot nu toe elk jaar goed gegaan, ook al zegt iedereen dat je minstens tot IJsheiligen (tussen 10 en 13 mei ongeveer) moet wachten, maar daar heb ik geen geduld voor. Meestal hebben we dan ook al een paar weken lekker zomers weer achter de rug en zijn die planten overal op de markten te koop. Ze zouden ze toch niet verkopen als ze niet al geplant zouden kunnen worden?

Maart was een mooie maand, vlak na die winterstuip in de eerste week werd het onmiddellijk lente. De grond was mooi droog en toch nat genoeg door het beetje nachtvocht om nog niet te stuiven of te verstenen. Rare grond, kleigrond. Als hij te droog wordt kom je er met een hark niet meer door. De grondvork werd erin gezet om al mijn prachtige preitjes, kooltjes en blette eruit te gooien, waar ik nog een maand van had kunnen eten. Maar het moest nu eenmaal, want ik pas ‘wisselbouw’ toe om het risico op uitputting en ziektes te verkleinen. Het is tenslotte maar een bio-hobby, hoef er niet echt van te leven.

Toen er weer een pile brandhout (=4 kuub, en dit was de 5e pile sinds september…) werd gebracht, maakte Henk van de gelegenheid gebruik om Hubèrt te vragen of hij niet meteen even met zijn tractor een bakkie koeienstront van de boer z’n land kon halen. ‘Onze boer’ had gezegd dat we zoveel als we nodig hadden daar mochten weghalen, maar steeds 300 meter op en neer met een kruiwagentje is echt geen lolletje.
En zo lag er dus ook alvast een bergje stront op de kale grond vol graspollen. Maar volgens Hubèrt lang nog niet genoeg, er moesten nog minstens 3 bakkies bij en daar zou hij nog weleens voor langskomen…. (hetgeen dus ergens begin mei is gebeurd!)
Morgan had onder het genot van de nodige wijntjes al beloofd te komen ploegen, zodra de grond naar zijn zin droog genoeg was. Zo stond hij dan – na enig aandringen – een week later rond half 11 voor onze neus, raasde vervolgens als een zieke koe achter die ploeg aan, om na een goed half uur weer te komen melden dat de grond nog TE nat was!
Daarna begon de wekenlange lijdensweg van gediscussieer over ‘te nat nog’, ‘geen tijd’, ‘te zwak te ziek te misselijk’, en vlogen de mooie weken voorbij zonder dat er iets gebeurde. Nouja, er werden wel àndere dingen gedaan natuurlijk, zoals een wastafel aanbrengen in de logeerkamer, de maaimachine renoveren (gras stond minstens een kontje hoog!) en 2/300 meter waterleiding met tussenkranen over het terrein aanleggen. Maar dat is weer een ander verhaal.

 
De Ploeg in rust
Vorige week werd ik boos! Al bijna half mei! Inmiddels was mijn braak-stuk-land verrijkt met nog eens 3 hopen stront waarop het gras al begon te groeien en Henk begon me voorzichtig voor te bereiden op een zomer zònder moestuin! $%&**&^%$#@@!!!! Ik kan veel, maar om zo’n eigenzinnig stuk ploeg (met 6 messen!) te hanteren kom ik echt kracht te kort, dat is het enige waar ik dan ff een man voor nodig heb! Nouja… ik heb het over de moestuin, de rest kan ik allemaal wel alleen. Dan maar drammen, heb er een hekel aan maar als het moet kan ik het goed. Gewoon elke dag zeggen: ik wìl een moestuin, ik mòet een moestuin! Morgan had het voor de zoveelste keer laten afweten, dus Henk besloot dan toch maar Morgans boulot af te pikken, omdat ik vrijdag – prachtig weer, ook gezellig terrasje gepakt – om de druk wat op te voeren voor 40 Euro aan planten had gekocht op de markt in Lavelanet.

Afgelopen zaterdag, 14 mei! Min of meer het einde van de planttijd, maar we hadden het dus toch voor elkaar, de potager lag klaar om beplant te worden. We boften met het weer, want de voorspelde regen viel alleen maar druppelsgewijs en ’s nachts. Eerste Pinksterdag was plantdag. Tevreden zwetend lagen Henk en ik in de felle zon op onze knietjes in de mooie zwarte-stront-aarde, kuiltje na kuiltje te graven. Zeker de helft van de tomatenplanten stond al in bloei, dat krijg je als je zo laat bent. Ik moest ze ook meteen dieven en al bijna opbinden. Alle planten zijn natuurlijk groter dan ik ze ooit heb geplant, maar ook lekker stevig. Gelukkig wordt dit weer een zomer met mijn eigen ratatouille en rode uitjes voor in de sla (slaplantjes nog kopen) en komkommers voor in het zuur.
Elke dag zal ik even liefdevol mijn ogen laten gaan over het prachtige jonge groen, waar in de loop der weken de vruchten van te scoren zijn. Ik ben weer een heel tevreden mens!

Nabericht: Mijn stukkie was net af toen er een fel onweer losbarstte en ik mijn pc uit moest doen. Het duurde bijna 2 uur en al die tijd stortregende het! Rond 9 uur werd het droog en zagen we het water uit de rivier voor het eerst sinds vorig voorjaar weer over het land stromen. Heb er foto’s van gemaakt maar ze zijn eigenlijk te donker. Enfin, we kunnen er weer een paar weken tegen, en dat moet ook, want er schijnt nu weer een lange droge periode aan te komen.



RIVIERTERRASJE… 


Eind april 2004

Het regent alweer zo’n 36 uur, dus kan ik de rivier alweer vanuit mijn raam zien stromen. Deze aprilmaand is zeer wisselend en behoorlijk nat, wat mooie dagen er tussenin. Die hebben we dan ook ten volle benut om buiten te werken en te recreëren.

Zoals afgelopen woensdag, stralend en 25 graden, rond 18 uur voor de eerste keer dit jaar gebarbecued met Jook tot zonsondergang, nadat we allemaal flink hadden gewerkt. Alle geraniums zijn nu gepot en ik heb het rivierterrasje voor de 2e keer dit jaar van bramen en brandnetels ontdaan, de rest mag doorgroeien voor de stevigheid van de wal of moet gedébroussailleerd worden door Henk. Ik heb al bamboe en trompetklimmer geplant daar, maar nu wil ik wild gaan strooien met bloem- en pompoenzaad. Vorig jaar gezien dat er zelfs wilde pompoentjes konden groeien dus…. ideaal klimaat daar, luw en vochtig.

Na de laatste overstroming in maart was de trap weggespoeld en waren er dijken van zand ontstaan, dus trap hersteld en zand weggeschept van de kant en de overgang naar het tweede terrasje daarmee wat opgehoogd. Hm… morgen (als het water weer gezakt is) maar zien wat daarvan is overgebleven, denk dat al mijn werk voor niks was! Maar ben lekker bezig geweest, heb overal spierpijn van het scheppen.


Hitte augustus 04

Eind juli hadden we onze Schotse vrienden M en S uitgenodigd voor een vroeg aperitief. Ze hadden hun kleindochter + 2 vriendinnen van 16 jaar op bezoek en zoals we hier gewoon zijn horen gasten altijd bij de uitnodiging.

Het was bloedheet die dag, rond de 40 graden, dus besloten we het rivierterras te gebruiken ter verkoeling. De temperatuur is daar 5 graden lager door de altijd stromende rivier, die deze zomer een max. temperatuur van 21 graden bereikte! Rond half 5 kondigde Caillou hun komst aan; 5 rossig-blonde Schotten met verhitte rode koppen rolden uit de auto, een versufte crème-kleurige, chic gecoiffeerde konigspoedel achter zich aan trekkend.

Die tieners hadden die dag beslist willen winkelen in Carcassonne, waar ze achteraf vreselijk spijt van hadden!

Toen ik vertelde dat we lekker bij de rivier zouden gaan zitten en dat alles daar al klaar stond, ging er een gejoel op, want in de auto hadden ze al zitten dromen over de verkoeling van de rivier!

Koelboxen stonden gevuld met van alles, de parasol neergezet voor extra schaduw, tafeltjes tussen de stoelen, de barbecue stond klaar, bossen wilde balsemien bloeiden overdadig aan de keienrand, het zag er allemaal heel aantrekkelijk uit. De meiden sprongen meteen met kleren en al in de rivier en heel langzaam kregen hun gezichten weer een normale kleur. Tot zonsondergang hebben we daar gezeten, gebabbeld, gebaad en natuurlijk gedronken en gegeten (de eerste brochettes waren verbrand, maar oh wat aardig en beleefd zijn die mensen toch, want ZO HADDEN ZE ZE HET LIEFST beweerden ze, toen ik ze aan de vissen wou voeren!




Oktober 2005 – vervolg Boerenzwaluw

 

Leeg zwaluwnest

Ja, die klunzige Calimero! Toen we half juni na 3 weken NL terug kwamen zat er weer een vers nest boven op het lampje, precies als vorig jaar. Maf misschien, na mijn vorige verhaal, maar ik was verrukt! Echt blij! Dus heb ik Henk meteen overgehaald om de natuur z’n gang te laten gaan en weer te genieten van de hele vertoning, in plaats van ons te ergeren aan die toch zo kleine overlast. Meteen maar weer het zitje verplaatst naar het andere uiteinde van het bordesje, om de gang der zwaluwen zo min mogelijk te verstoren.

Wat me meteen opviel was dat het jonge stel behoorlijk schuw was, in tegenstelling tot het brutale paartje van vorig jaar. Ze waren ook duidelijk kleiner. Of Calimero nu de zoon, óf Lutje de dochter is van het vorige paartje, ik weet het niet. Wie kiest eigenlijk de plaats voor het nest, het mannetje of het vrouwtje? In elk geval maakten beide geen gebruik van de anti-diefstalhekjes om de kat uit de boom te kijken zal ik maar zeggen, ook later niet, toen de kleintjes waren geboren. Ze hadden trouwens helemaal niet zoveel interesse in het nest. Ik kreeg het idee dat ze, als ze een snelle vlucht onder het balkon door maakten, alleen maar even keken of het nest er nog was.

Precies 14 dagen na onze aankomst zag ik verandering in het gedrag van het vrouwtje. Ze ging zowaar regelmatig even op het nest zitten, niet lang, een paar minuutjes maar. Calimero zag ik eigenlijk tot dan toe maar zelden. Om mijn nieuwsgierigheid te bevredigen nam ik maar eens een kijkje, toen ze was weggevlogen. Op een stoel staand kon ik met een spiegeltje net in het nestje kijken, dat maar drie centimeter ruimte had onder het balkon. En ja hoor, tranen van geluk sprongen me in de ogen toen ik vijf roodgespikkelde eitjes zag liggen! Fantastisch, wat een leg voor zo’n jonkie! Daarna werd ik nog geruislozer als ik onder het nest door moest lopen om iets uit de garage te halen.

Calimero wist er kennelijk geen raad mee. Die eerste dagen zagen we hem nog maar zelden en ik begon al medelijden te krijgen met Lutje, die straks misschien haar vijf kindjes helemaal alleen moest opvoeden. Een schier onhaalbare taak in de vogelwereld denk ik. In de tweede week kwam hij wat vaker even aanvliegen, maar het tegenover liggende hekje voor het badkamerraam gebruikte hij nog steeds niet. 
Dat de kleintjes geboren waren merkte ik meteen aan het drukke op en neer gevlieg van Lutje, haar man was in geen velden of wegen te bekennen. Ze had geen tijd om uit te rusten, vloog af en aan met haar bekje vol insectenprut, en je kon voorspellen dat ze dit niet zou volhouden zonder hulp van de vader. Pas op de derde dag zag ik Calimero. Ik was zo opgelucht dat ik mijn ogen niet af kon houden van het samenspel van voeren, dat ik vorig jaar ook al met zoveel interesse had gevolgd. Alleen, ’s avonds tegen zonsondergang was er geen Calimero die zorgzaam op het hekje waakte, terwijl moeder haar kroost warm hield.

Na zo’n 2 weken begon ik weer extra waakzaam te worden, want van het uitvliegen wilde ik proberen niets te missen. Het was op een zondagochtend weet ik nog, mijn eerste gang was altijd dieren voeren en meteen even kijken of het allemaal goed ging met de zwaluwen. Geen gepiep deze keer, geen moe op het nest. Ach, ze zouden wel slapen dacht ik nog. 
Een uur later had ik nog geen enkele beroering gezien of gehoord en ik vroeg bezorgd aan Henk of hij de zwaluwen al óp of bij het nest had gezien. Nee, hij ook niet. Toen kreeg ik een heel naar voorgevoel.

Al die tijd had ik al gesignaleerd dat het bij dit paartje niet echt goed ging, tenslotte kon ik vergelijken! Er was geen sprake van zorgzaamheid van het mannetje, terwijl het vrouwtje zich van haar taak kweet en er zat ook geen lijn in de manier waarop hij zich met het nest bemoeide. Maar misschien kwam dat wel door die stress, toen hij een nacht opgesloten had gezeten in de garage. Mag ik hem dan verwijten dat hij de natuur z’n gang heeft laten gaan om kleintjes te verwekken? Nee, alleen had ik misschien gehoopt dat het vrouwtje zich niet had laten ompraten door zo’n stresseikel! Of was dit een geval van incest, waren het broer en zus? Tenslotte zijn er vorig jaar drie sterke, volwassen zwaluwen bij ons vandaan gekomen. En tot het eind van de zomer hebben we gezien dat ze aldoor met elkaar optrokken en regelmatig hun oude nestplaats opzochten.

Het nest bleef leeg en stil, onaangeroerd, de hele verdere zomer. Nooit meer vlogen er zwaluwen onder het balkon door, ze kwamen zelfs niet meer dichtbij, het was duidelijk dat ze dit sterfhuis meden. Het nest zit er nog, Henk wou het al vaker weghalen, maar ergens wil ik dit niet. Zullen we het er maar op houden dat ik het zo kunstig gemaakt vind?